Dit zijn huishoudens die, na aftrek van noodzakelijke en onvermijdbare lasten, minder dan het normbedrag overhouden voor voeding en levensonderhoud. (De normbedragen staan in de tabel hieronder) Extra kosten voor zorg, kinderopvang en vervoer worden meegewogen.
Verdere uitgaven waar de Voedselbank bij de toekenning rekening mee houdt:
- Werkelijke vaste lasten aan huur, verzekeringen en energie.
- Huishoudelijke en persoonlijke uitgaven: vastgestelde bedragen voor de aanvrager, evt. partner en per kind. De kosten voor o.a. het eigen risico zorgverzekering, persoonlijke verzorging, telefoon, televisie en internet worden gerekend tot deze uitgaven.
- Reserveringsuitgaven: een vast bedrag (normbedrag) per maand per huishouden voor onregelmatige uitgaven aan kleding, inboedel en kleine reparaties.
- De uitkomst van Inkomen -/- Uitgaven (volgens normen Voedselbanken Nederland) is het besteedbaar bedrag voor voeding; het normbedrag.
- Per huishouden wordt wekelijks 1 pakket verstrekt. De grootte van het voedselpakket wordt bepaald door het aantal inwonende gezinsleden. In onderstaande tabel staan de normbedragen vanaf 1 januari 2026.
- Voor 2026 is gerekend met de Consumentenprijsindex van 3,46% inflatie.
- Er wordt geen onderscheid gemaakt in de normbedragen tussen volwassenen en kinderen.
- Jaarlijkse indexatie volgt het CBS. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
| Samenstelling van de huishouding in 2026 | Normbedrag in euro’s en per mnd. |
| 1 persoon | € 335 |
| 2 persoon | € 460 |
| 3 persoon | € 585 |
| 4 persoon | € 710 |
| 5 persoon | € 835 |
| 6 persoon | € 960 |
| 7 persoon | € 1085 en per extra persoon € 125 |
De maximale hoogte van vrij te besteden spaartegoeden is:
| Alleenstaande | € 5.200 |
| Twee volwassenen | € 6.850 |
| gezin met 2 kinderen | € 7.550 |
‘Wij hanteren de menselijke maat en gaan in gesprek met onze klanten’.